Onderwijsaanbod

Vwo/havo

Het zesjarige vwo - de afkorting staat voor: voorbereidend wetenschappelijk onderwijs - is bestemd voor intelligente leerlingen met een goede studiezin en het vermogen zelfstandig te leren. Geslaagde vwo’ers gaan vaak verder in het wetenschappelijk onderwijs (universiteit). Het vijfjarige havo - hoger algemeen voortgezet onderwijs - is bestemd voor leerlingen die graag vanuit concrete voorbeelden naar de theorie toewerken. Geslaagde havo’ers gaan vaak verder in het hoger beroepsonderwijs (hbo), het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) of vwo 5.

Onderbouw

Het vwo en havo zijn opgedeeld in een onderbouw (klas 1, 2 en 3) en een bovenbouw (klas 4, 5 en - op het vwo - klas 6). In de onderbouw wordt een brede basis van algemene ontwikkeling en vaardigheden gelegd. Met in het tweede en derde leerjaar veel aandacht voor het bevorderen van zelfstandig leren.  

Bovenbouw

Onder begeleiding van de decaan en de mentor oriënteert de leerling zich in het derde jaar op zijn interesses en bijpassende vervolgmogelijkheden voor de bovenbouw. Vervolgens kiest elke leerling aan het eind van het schooljaar voor een van de vier profielen:

•   Cultuur & Maatschappij
•   Economie & Maatschappij
•   Natuur & Gezondheid
•   Natuur & Techniek  

Alle leerlingen volgen de gemeenschappelijke vakken godsdienst, Nederlands, Engels, maatschappijleer, lichamelijke opvoeding en culturele en kunstzinnige vorming (CKV). Vwo-leerlingen volgen ook algemene filosofie. Elk profiel kent zijn eigen verplichte vakken in het profieldeel. Daarnaast volgt elke leerling een aantal keuzevakken, zoals BE (bedrijfseconomie), BSM (bewegen, sport en maatschappij), een kunstvak of vakken uit een ander profiel.